Mijn kind is slim genoeg, maar school ziet dat niet!

Leerachterstanden, dyslexie, AD(H)D, autisme, PDD-NOS? Komt er niet uit wat erin zit? Heeft je kind moeite met het onthouden van de leerstof? Zie je dat je kind slim genoeg is, maar dat het op school niet lukt? Herken je dit?

Heeft jouw kind moeite om de lesstof in zich op te nemen, terwijl hij of zij op andere momenten met feitjes en weetjes komt, waarvan je denkt; “wauw dat jij dat weet!” En dat, terwijl het op school niet zo goed gaat! Je weet het zeker: “Mijn kind kan het wel, maar laat het niet zien!“.

Grote kans dat jouw kind denkt in beelden en niet in taal. De lesstof wordt niet goed begrepen en onthouden, doordat het onderwijs niet op de leerstijl van een beelddenker aansluit. Deze leerstijl die loopt via de rechterhersenhelft, wordt ook wel Beelddenken genoemd.

img
img

Denk eens aan het woord ‘HUIS’. Velen zien dan de letters H-U-I-S in hun gedachte. Anderen zien echt een plaatje van een huis. Compleet met schoorsteen en rookwolkjes. Mensen die beelddenken moeten het beeld vervolgens omzetten naar taal. Dit kost tijd. Op school heb je dus meer tijd nodig om een dictee of proefwerk te maken. Ook kunnen beelden de aandacht afleiden omdat ze een eigen leven gaan leiden. Uit het huis komt een mannetje dat zijn hond uit gaat laten…. enz. Zie je een plaatje, past dit bij jou?

In mijn praktijk bied ik speciaal voor deze kinderen de training ‘Ik leer anders’ aan. Tijdens deze training leer ik je kind zijn leerproblemen praktisch aan te pakken. Ideaal om vervolgens de lesstof op school wel goed te kunnen volgen.

Wat is beelddenken?

Alle kinderen worden geboren als beelddenker. Baby’s maken geen gebruik van taal, maar denken, voelen en beleven alles in beelden. Beelddenken is de wereld beleven met je rechterhersenhelft. Pas als het kind leert praten gaat hij/zij steeds meer gebruikmaken van zijn of haar linkerhersenhelft om de wereld te beredeneren. Rond de kleuterleeftijd van 4 jaar wordt onbewust een keuze gemaakt of het kind een taaldenker gaat worden of iemand die primair in beelden blijft denken (beelddenker).

Het merendeel van de kinderen worden taaldenkers, maar een kleine groep blijft in beelden denken. De linkerhersenhelft kan dan op ten duur een achterstand gaan vertonen omdat die minder wordt ontwikkeld. Dit veroorzaakt de leerproblemen. Het aantal kinderen waarbij dat plaatsvindt zal rond de 5% zijn, maar er zijn meer kinderen die in meer of mindere mate beelddenker zijn. En die zullen dan ook in meer of mindere mate problemen ervaren met het leren op school.

Uitleg in beelden? Bekijk het fimpje. Klik hier! - Door Mirthe van der Drift

img

Vaak hebben kinderen die beelddenkers zijn, het moeilijk in het onderwijs. Daar wordt namelijk veel nadruk gelegd op volgorde en details en laat dat nu net zaken zijn waar beelddenkers veel moeite mee hebben. Het feit dat je kind een beelddenker is zegt overigens niets over zijn of haar intelligentie. Veel succesvolle mensen zijn ook beelddenkers.

Het denken in beelden is meestal erfelijk bepaald. De kans dat als vader of moeder primair in beelden denkt, het kind het ook heeft, is groot. Ook al heb je vroeger geen leerproblemen gehad, de manier van denken lijkt erfelijk; het ‘beleven’ van de wereld in plaats van het ‘beredeneren’ van de wereld.

Topdown leren

Beelddenken is denken in beelden, handelingen en gebeurtenissen, die naast elkaar kunnen lopen en samengevoegd kunnen worden tot één geheel. Het is dus eigenlijk altijd 3-dimensionaal. Het kind ziet altijd meteen een totaal beeld. Op school wordt het lesmateriaal altijd logisch opgebouwd. Kleine losse stukjes informatie worden stap voor stap aangeboden tot het uiteindelijk een geheel is geworden.

Zonder het zien van een totaalbeeld is het voor een beelddenker moeilijk om dit op te bouwen vanuit losse stukjes. Die losse stukjes wil een beelddenker ergens aanhangen. Maar zonder het totaalbeeld gaan deze losse stukjes een eigen leven leiden. Een beelddenker is wel in staat om vanuit het totaalbeeld terug te beredeneren (omgekeerd leren). Dit wordt topdown leren genoemd.

img

Beelddenkers moeten dus vooraf eerst het eindresultaat ‘zien’ of de samenvatting lezen, anders wordt de lesstof in het verkeerde ‘vakje’ (in hun hoofd) gestopt. Een beelddenker koppelt immers nieuwe informatie graag aan bestaande informatie of herinneringen, zoals in het onderstaande voorbeeld.

Les 1 op school: De juf bespreekt het varken. “Ik ben naar de bioscoop geweest naar Babe het varkentje.” De informatie verdwijnt dan in het vakje "bioscoop" in het hoofd.

Les 2 (week later): De juf bespreekt de koe. “Bij de Mc Donalds zijn de hamburgers van koeien gemaakt. Ze hebben daar een ballenbak!” (vakje "ballenbak").

Les 3 (weer een week later): De juf bespreekt de kip. “Mijn hond heeft een speelgoed-kip. Ik speel vaak met mijn hond in de tuin” (vakje "rubberen kip").

Na drie weken zegt de juf: “Zo, we hebben de dieren van de kinderboerderij besproken”. Bij de beelddenker passen de in zijn hoofd gevormde bioscoop, ballenbak en rubberen kip niet in de kinderboerderij.

Een bijna onmogelijke opgave dus voor een beelddenker. Een beelddenker moet aanleren eerst het totaalbeeld te overzien (1: “We gaan de kinderboerderij bespreken.”), vervolgens de lesstof terug te beredeneren (2: “Op een kinderboerderij leven dieren.”), om uiteindelijk de lessen in de klas (over varken, koe en kip) te kunnen volgen. Dit noem je topdown leren. De lesstof vertalen naar beelddenken betekent dus visualiseren en topdown leren.

img

Waaraan herken je een beelddenker?

In eerste instantie wordt beelddenken vaak verwisseld met andere stoornissen, zoals dyslexie en dyscalculie, of soms ook met ADHD, ADD of Autisme. Het is best lastig om dit te filteren. Een van de dingen die heel typisch zijn voor beelddenkers is dat ze het beeld gaan zoeken en daarbij kijken ze vaak naar boven. Dit doen ze bovengemiddeld vaker dan taaldenkers.

Je herkent beelddenkers aan:

  • Tijdens het vertellen of het nadenken zie je beelddenkers omhoog of opzij kijken. Doordat hun denken sneller gaat dan praten, kunnen ze struikelen over hun woorden. Daarnaast zit er vaak weinig lijn in datgene wat het kind vertelt (van de hak op de tak) en gebruiken vaak woorden als dinges, die, dat, ergens, je weet wel, ....

  • De spanningsboog van beelddenkers is kort, waardoor ze snel afgeleid zijn en ze moeite hebben om hun werk af te maken. Daarbij vergeten ze vaak de tijd en hebben dus ook moeite om zich aan afspraken en regels te houden.

  • Beelddenkers gaan liever meteen aan de slag, dan dat ze luisteren naar uitleg. De instructie moet daardoor vaak herhaald worden, voordat de taak uitgevoerd kan worden. Daarnaast zijn ze snel tevreden over hun eigen prestaties, waardoor je vaak een wisselend prestatiepatroon ziet.

  • img
  • Deze kinderen zijn gevoelig voor sfeer en stemmingen, hebben een levendige fantasie en dromen vaak weg. Daarnaast zijn ze nieuwsgierig, humoristisch, vertonen clownesk gedrag en ze zijn overbeweeglijk.

  • Doordat ze denken vanuit het geheel (toptown) kunnen ze met verrassende oplossingen komen. Ook weten ze het antwoord (snel), maar ze kunnen niet uitleggen hoe ze daaraan gekomen zijn. Ze zijn heel vindingrijk. Goed in terugvinden van de weg of plaats, maar verwarren daarbij wel links en rechts met elkaar.

  • Beelddenkers hebben moeite met het lezen van de losse (lege) woordjes zoals ‘de’, ‘het’, ‘een’, want ze lezen het liefst in een context. Ze hebben een slecht handschrift.

Denk je nu iets in je kind te herkennen? Doe de snelle beelddenktest!

Welke valkuilen ervaart een beelddenker op school?

Op school worden beelddenkende kinderen vaak niet begrepen. Hoewel de juf of meester er veel tijd en energie in stopt, blijkt na een tijdje dat de stof toch niet of slecht blijft hangen. Vaak wordt het antwoord gezocht in het stellen van een diagnose als dyslexie, dyscalculie, ADHD, ADD of Autisme. Een beelddenk kind is heel gewoon, ze leren en denken alleen anders.

Waar loopt een Beelddenker tegen aan op school:

  • Problemen met taal; mogelijk dyslexie

    Beelddenkers zijn op school herkenbaar doordat ze moeite hebben met spelling en het goed opschrijven van letters en woorden. Ze zien letters en woorden als losse plaatjes en hebben dus moeite om een link te leggen tussen letter en klank. Veel voorkomend zijn de verwisseling van de letters b, d, p en q. Voor hen zijn die hetzelfde (zie plaatje). Een stoel blijft een stoel ook al zet je hem op z’n kop. Een ander herkenbaar beeld is het fonetisch opschrijven van woorden, net als het overslaan van “lege” woorden tijdens het lezen (woorden zonder beeld: de, het, dat, de hulpwerkwoorden, etc.). Hierdoor lezen ze langzamer.

    Moeite met taal? Na de training ‘Ik leer anders’ kan je bijna altijd direct sneller hardop lezen (1 of 2 niveaus) en woorden (dictee) leer je onthouden via woordbeelden. Interesse? Klik hier!

  • Probleem met rekenen; mogelijk dyscalculie

    Cijfers zijn abstract, dat maakt rekenen moeilijk. Beelddenkers zien cijfers als losse plaatjes, waardoor bijvoorbeeld 28 hoger klinkt dan 30. Het getal 30 is een drie met een nul (drie dus) en 28 klinkt als 8 (hoger dan 3). Doordat ze er geen “plaatjes” van kunnen maken blijven ze lang hangen in de tellende rekenstrategie, ze hebben moeite met automatisering van optellen, aftrekken en tafeltjes leren. Veel beelddenkers leren fonetisch (op klank). Bijvoorbeeld; Vijfentwintig, je hoort eerst de vijf en dan pas de twee en zo schrijven ze die dan ook vaak.

    Tijdens de training “Ik leer anders” besteden we aandacht aan het leren rekenen met behulp van het cijferveld (totaalbeeld). Het automatiseren van de sommen, de tafels en kunnen naar wens nog andere rekenproblemen aan bod komen. Interesse? Klik hier!

  • Topdown leren

    Een taaldenker verzamelt informatie (stap voor stap) en maakt daarvan een totaalplaatje. Op school krijg je de leerstof vooral op deze manier aangeboden. Een beelddenker echter denkt vanuit het geheel en probeert zo de losse onderdelen te plaatsen. Als je alleen maar kleine stukjes informatie krijgt, is het net alsof je een legpuzzel gaat maken, zonder dat je het voorbeeld te zien krijgt. Een bijna onmogelijke opgave.

    img

    Tijdens de training leer je de lesstof vertalen naar beelddenken, dat betekent dus visualiseren en topdown leren. Interesse? Klik hier!

  • Ongeduldig

    Als je in het hoofd van beelddenkers zou kunnen kijken, dan zou je in een snel tempo veel beelden voorbij zien komen. Er is dus weinig ruimte tussen denken en doen. Wat ze willen, doen ze het liefst meteen. Uitleggen kost veel moeite en dat slaan ze graag over. Met impulsief gedrag als gevolg. Het is daarom voor beelddenkers soms moeilijk om geduld op te brengen.

    Tijdens de training gaan we zelf de beelden oproepen van een situatie (visualiseren) en de mogelijke (negatieve) gevolgen bespreken. Interesse? Klik hier!

  • Slechte planning en weinig tijdsbesef

    Als er zoveel beelden in je hoofd rondspoken en je het overzicht kwijtraakt (zie punt 4), is het niet gek als anderen je zien als chaotisch! Het ene beeld roept alweer het volgende beeld op. Hierdoor raak je het overzicht snel kwijt en weet je dus ook niet waar je moet beginnen. Dus begin je niet of je begint zomaar ergens. Omdat hun interne klok te snel draait, doen beelddenkers veel dingen tegelijkertijd. Dit kan zeer uitputtend zijn. Werken met visuele planborden, taken afbakenen en de dagindeling helder houden kan de nodige rust opleveren.

    Tijdens de training ‘Ik leer anders’ leer je (eindelijk) klokkijken. Interesse? Klik hier!

Video over de leermethode: 'Ik leer anders'

Waar heeft een beelddenker behoefte aan?

Beelddenkers denken topdown. Omdat ze in beelden denken, moeten hun antwoorden worden omgezet in taal. Ze leggen verbanden en voegen eigen ervaring en kennis toe. Dit kost tijd.

  • Bied veel structuur en duidelijke regels

    Een beelddenker is het meest gebaat bij duidelijke kaders (wat hoort er wel bij en wat niet). Het is belangrijk om ervoor te zorgen dat de focus gericht wordt en dat het einddoel duidelijk is. Je kind zal graag de wereld zo aanpassen dat het bij hem past, het moet gaan zoals hij dat wil. Stop hem niet meteen, maar geef wel duidelijk je grenzen aan. Maak duidelijke afspraken. Liefdevolle en duidelijke begeleiding waarin een consequente lijn gevolgd wordt geven je kind veiligheid en rust.

  • Geef korte, gestructureerde opdrachten

    Laat het kind je aankijken bij instructies. Opdrachten moeten kort, duidelijk, overzichtelijk en uitvoerbaar zijn. Het geven van meerdere opdrachten tegelijk werkt niet altijd goed bij het kind. Bijvoorbeeld de opdracht: “Ga naar boven douchen, je pyjama aandoen en je tandenpoetsen.” De kans is groot dat je kind beneden komt zonder gedoucht te hebben en zijn pyjama niet heeft aangedaan, maar dat hij alleen zijn tanden heeft gepoetst. Bij de opdracht zag je kind de beelden voor zich en had in zijn beleving al gedoucht en zijn pyjama aan gedaan; dus gaat hij alleen tanden poetsen. Wat werkt is plaatjes erbij halen of veel erbij tekenen. Ook is het handig om een aftelklok (timer) te gebruiken. Ze kunnen dan zien hoeveel tijd ze nog hebben.

  • Leren door het doen

    Voor een beelddenker werkt het luisteren naar instructie niet. Doordat ze te veel horen en daar veel beelden bij zien gaat de instructie verloren. Het is dus handig om de stof niet alleen met het hoofd tot zich te nemen, maar ook via het doen, ervaren en letterlijk voelen. Ze hebben hun hele zintuigelijke palet nodig om de stof tot zich te nemen. Doe een beroep op de intelligentie van je kind en zijn/haar probleemoplossend vermogen. Hierdoor help je hem vooruit te komen. Geef je kind de tijd om jouw instructie “vast te leggen”. Je kunt hiervoor een mindmap maken of tekeningen gebruiken. Zodra ze het overzicht hebben, weten ze ook wat ze moeten doen.

  • Tijdsbesef

    Houd je kind bij zijn werk, vraag wat het moet doen. Dit is belangrijk, omdat zijn gedachten snel afgedwaald zijn. Een beelddenker heeft moeite om zich aan de tijd en volgorde te houden. Dit omdat hij niets met tijd heeft. Wat wel helpt is een duidelijk vast punt te geven. Bijvoorbeeld: ‘Als het licht van de lantaarnpalen aangaan, moet je naar huis komen`. Je geeft nu een beeld bij de afspraak van tijd. Dit sluit aan bij het beelddenken. Het werken met een planbord of dagindeling werkt ook goed. Omdat beelddenkers zich niet bewust zijn van tijd, kan het onverwacht gestoord worden in hun spel resulteren in hevige paniekreacties en/of driftbuien. Geef als ouder op tijd aan wanneer zij moeten stoppen met spelen. Als ouder kun je door middel van leuke, korte spelletjes tijdsbesef bevorderen. Laat je kind eerst eens ervaren hoe lang een minuut is (ongeveer 60 tellen). Gebruik daarbij een stopwatch. Maak er een spel van: houd één minuut je mond dicht en als je denkt dat de minuut om is, mag je praten of springen. Daarna uitbouwen naar twee minuten enz. Ook kan je de volgende vragen stellen: ‘Hoeveel minuten eet je bij het avondeten? Hoeveel minuten douch je?‘, enz. Je zult verrassende antwoorden krijgen.

  • Het is voor een beelddenker lastig een verhaal op volgorde te vertellen

    Een verhaal heeft een begin en een eind. Een beeld niet. De beelddenker moet de beelden achteraf vertalen in woorden. Daarom is het voor de beelddenker lastig om een goed samenhangend verhaal te vertellen. Zij beginnen vaak midden in een gebeurtenis te vertellen. Hun verhaal heeft geen kop en geen staart. Om te leren een verhaal op volgorde te vertellen, kun je ’s avonds met je kind de dag doornemen zodat je kind leert om gebeurtenissen chronologisch te vertellen. Een andere mogelijkheid is je kind de gebeurtenis eerst te laten tekenen en dan vanuit het geheel van de tekening het verhaal te laten vertellen. Deze manier sluit aan bij zijn of haar manier van informatieverwerking.

  • Een beelddenker laat vaak een zwakke concentratie zien

    Beelddenkers zijn snel afgeleid en laten een zwakke concentratie zien. Maar bij een beelddenker komt alles ongecensureerd binnen. Hierdoor weten ze niet wat belangrijk is en wat kan wachten en gaan ze overal op reageren. De beelddenker wil het geluid zien omdat het kijken voor het horen gaat. Het gebruik van een koptelefoon of oorkappen kan handig zijn om prikkels van buitenaf te beperken. De volgende oefeningen lukken niet zonder concentratie. Mooie oefening! ‘Pinkelen’; tik met de duim beurtelings de wijsvinger, de middelvinger, de ringvinger, de pink, de ringvinger, de middelvinger, de wijsvinger aan. Doe deze oefening een aantal keren achter elkaar met beide handen tegelijk en dan steeds sneller. ‘Duimen’; zet de duim van de rechterhand tegen de wijsvinger en van de linkerhand. Zet daarna de duim van de linkerhand tegen de wijsvinger van de rechterhand. Herhaal deze procedure een aantal maal.

Beelddenken: een gave! Positieve, krachtige kwaliteiten.

Hiervoor zijn alleen de valkuilen beschreven, maar beelddenkers hebben ook hele mooie kwaliteiten die ze tot bijzondere personen maken. Veel van de problemen die beelddenkers tegenkomen, openbaren zich op school. Buiten schooltijd en later in hun beroepsleven blijken beelddenkers juist heel veel profijt van hun kwaliteiten te hebben. De huidige kenniseconomie vraagt om creatieve denkers. En laat beelddenkers dat nu net zijn! Veel beelddenkers vind je dan ook terug in creatieve beroepen als ontwerpers, kunstenaars, presentatoren, onderzoekers, maar ook als ondernemer, etc. Onze taak is om deze kinderen met hun talenten te blijven koesteren. Want wie weet; misschien ben jij wel de nieuwe Einstein of Picasso!

Beelddenkers:

  • zijn erg inventief, door hun manier van denken kunnen ze dingen heel snel doorzien en oplossen. Ze zijn erg vindingrijk en komen met verrassende oplossingen.

  • zijn vaak ontzettend creatief. Hebben veel talenten op gebied van sport, kunst, muziek, techniek e.d.

  • voelen dingen heel goed aan, hebben een goed inlevingsvermogen, zijn sociaal bewogen. Daar tegenover staat wel dat ze heel sfeergevoelig zijn en moeite hebben met conflicten.

  • hebben een brede belangstelling. Ze zijn nieuwsgierig en het zijn doorzetters.

  • kunnen goed leidinggeven, doordat zij het geheel overzien. Beelddenkers hebben een eigen kijk op situaties, hun gezichtspunten zijn onverwacht, zij zien vele facetten.

  • img
  • zien oplossingen waar anderen zich 'blind' op staren.

  • hebben veel humor.

  • hebben een levendige fantasie.

  • hebben een goede ruimtelijke oriëntatie, ze zijn goed in het terugvinden van de weg of plaats.

Test beelddenker

Herken je veel bij je kind of bij jezelf uit het voorgaande? Heb je moeite met concentreren? Ben je snel afgeleid? Heb je moeite met plannen? Vergeet je vaak de tijd? Heb je moeite met lezen en is spelling vaak een ramp? Doe dan de test!

Wil je meer weten of wil je graag geholpen worden? Maak een afspraak voor een gratis kennismakingsgesprek. Ik kan je helpen met de uitdagingen die beelddenken met zich mee brengt.

De leermethode ‘Ik leer anders’ leert kinderen om de informatie die ze op school krijgen te vertalen naar beelden. Hierdoor kan deze groep kinderen zich de lesstof wel eigen maken. Als ik tijdens het intakegesprek een vermoeden krijg van beelddenken dan ga ik, via een speciale training, je kind leren deze techniek zelf toe te passen. Ideaal om vervolgens de lesstof in de klas goed te kunnen volgen. Deze methode geeft al snel resultaat. Je kind kan tijdens de eerste sessie direct vertellen of deze leermethode voor hem of haar werkt. Blijf dus niet langer worstelen met schoolwerk. Deze leermethode is bewezen effectief.

image